Hoe we ervoor kunnen zorgen dat er nooit meer oorlog komt

Voor filosofische vragen en persoonlijke problemen

Hoe we ervoor kunnen zorgen dat er nooit meer oorlog komt

Volwassenen

Doe niet zo kleuterachtig!

Een vreemd verwijt om aan een volwassene te geven, toch is het vaak niet onredelijk. Veel mensen die lang geleden het stemrecht hebben verkregen, zullen af en toe dingen doen die de jongsten doodnormaal vinden.

Soms gedragen we ons als kinderen, terwijl we, als de bevlieging voorbij is, daar met verbazing, schuldgevoel of schaamte op terug kijken. Dit kan iedereen overkomen, inclusief mensen van wie je zou hopen dat ze het niet doen.

In kinderen corrigeren we dit gedrag, bij volwassen doen we het zelden, daar verwachten we een rationaliteit die niet altijd aanwezig is. Het resultaat is dat wij mensen die zich regelmatig kinderachtig gedragen op een positie laten komen die het leven van allen beïnvloedt.

Als je erover nadenkt is het vreemd, alsof we op dit gebied een blinde vlek hebben. We lijken te zeggen dat de lessen uit onze jeugd alleen voor kinderen gelden, waardoor het normaal is dat onze leiders, controleurs, informatieverschaffers en critici, stampvoetend door het nationale debat heen banjeren, weigerend om rede, rationaliteit of volwassenheid tentoon te spreiden.

Kinderen of kleuters

Het is op dit punt verhelderend om via de theorie van Paiget naar de ontwikkeling van het kind te kijken.

Tussen 2 en 7 jaar denken kinderen vaak magisch, bijvoorbeeld dat hun persoonlijke gedachtes een invloed hebben op de realiteit, waar datgene wat ze niet kunnen zien, ook daadwerkelijk niet bestaat. Hun geloof is het fundament van de realiteit, zonder dat ze tegenspraak kunnen plaatsen omdat ze denken dat wat ze zelf voelen, ook door alle andere mensen zo wordt beleefd.

Ze zijn egocentrisch, nog niet instaat om anderen echt te zien als een gelijkwaardig wezen, waardoor ze niet kunnen begrijpen dat er andere verklaring zijn voor wat ze zelf al hebben begrepen.

Na hun zevende jaar beginnen ze te leren om inductief te redeneren, deductief is nog te complex. Ze zullen van de dingen die ze zien, kunnen generaliseren, maar niet een algemeen principe toe te passen om een resultaat te voorspellen.

Ze laten langzaam hun egocentrisme los en kunnen de mening van een ander begrijpen, ook al zullen ze het wel als incorrect zien. Ze missen de capaciteit om hypothetisch te denken, waardoor ze ook niet het gezichtspunt van een ander aan kunnen nemen. Alleen concrete problemen lossen ze op, abstracte is nog te moeilijk. Feitelijk hebben ze simpelweg nog geen gezond verstand ontwikkeld.

Pas na hun twaalfde komt het begin van volwassenheid waarin ze langzaam in staat zijn om rationeel na te denken.

Uit het bovenstaande kun je het verschil tussen een kleuter en een kind zien: egocentrisme en magische denken.

Kinderlijk gedrag in vergelijking met een volwassene is het niet kunnen verplaatsen in de ander en een gebrek aan deductief redeneren.

Het is daarom in veel gevallen incorrect om te zeggen: “Doe niet zo kinderachtig!”, want, ze gedragen zich kleuterachtig.

Wijdverbreid kleuterschap

Een van de grootste verworvenheden door de mensheid is de universiteit. Dit instituut biedt ruimte voor de slimste mensen in onze samenleving om de wereld te begrijpen en te verbeteren. Het is waar de slimste van de slimsten terechtkomen, carrière maken en professor worden; een van de hoogst haalbare posities in de maatschappelijke wereld.

Toch, ook op deze positie, in het bastion van rede en rationaliteit, zie je niet alleen kinderachtig gedragen, maar ook kleuterachtige acties.

Op het gebied van ideologieën bijvoorbeeld, waar professoren niet deductief, niet inductief, maar door middel van magisch denken, een haat koesteren voor een persoon die bepaalde tegenargumenten oppert. Het is de top van onze samenleving, de slimsten van de slimsten, die redeneren als kleuters, weigerend om te erkennen dat iemand andere verklaringen kan geven voor wat ze zelf hebben begrepen, (zonder dat het gevolgen heeft voor hun carrière).

Een ander voorbeeld is dat een directeur van een universiteit, die door de professoren als leider wordt aangenomen, iemand die idealiter de slimste van slimsten van de slimsten zou moeten zijn, toegeeft aan de grillen van een aantal studenten als ze eisen dat een professor een betrekking elders moet zoeken. Jongeren eisen dus dat iemand de slimste van de slimsten is, zich heeft gewijd aan een onderwerp en daar expert in is, ergens anders werk moet gaan zoeken omdat ze het niet eens zijn met zijn mening.

Om dit te plaatsen is het belangrijk om voor ogen te houden wat de positie professor inhoudt. Het gemiddelde IQ van een student is 120, voor een PhD moet je minimaal een IQ hebben van 125, om professor te worden is het minimum 130. Dit alleen is niet voldoende; het is ook bikkelen tijdens een lange carrière. Een professor is niet alleen de slimste van de slimsten, maar ook een hardwerkende expert, een van de mensen in onze samenleving die op een bepaald vakgebied vaak de enigste is met zijn specifieke kennis.

Leeftijd speelt hier ook een rol. Studenten zijn begin 20, PhD studenten rond de 30 en professoren rond de 50. In het geval van de ontslagen professor wordt dus door hoeders van de kennis geproduceerd in onze samenleving, op basis van een mening bedacht door hele jonge mensen met weinig kennis en een lager gemiddelde IQ, een specialist de deur gewezen omdat de theorie die hij heeft geproduceerd niet geloofd wordt deze bengels.

De manier van reageren is heel erg kinderachtig, het is: “jij mag niet meedoen omdat zij vinden dat jij er niet bij hoort.”, niet iets wat je hoopt dat de slimste van de slimsten van de slimsten in van onze maatschappij zou besluiten te doen.

Blijkbaar is het zo dat in het instituut wat het fundament van al onze kennis is, waar we direct en indirect een groot gedeelte van onze beslissingen op baseren, kinder- en kleutergedrag getolereerd en zelfs beloond wordt (de directeur mag gewoon doorgaan, net zoals alle collega’s die in de raad van bestuur zaten).

Niet bepaald de meest wenselijke situatie voor een goed functionerende maatschappij.

Kleuters aan het roer

Wat voor de universiteiten geldt, gaat ook op voor de politiek. Tweede Kamerleden zouden de wijste van de wijsten horen te zijn, volwassenen die we gekozen hebben om ons te leiden door moeilijke tijden. Mensen van wie we verwachten dat ze goede besluiten maken zodat we het zelf niet meer hoeven te doen. De wijste van de wijsten, met als leider, de wijste van de wijsten van de wijsten.

Toch is het ideaal niet consistent met het gedrag van de afgelopen premiers. Rutte liegt bijvoorbeeld, daarna liegt hij over dat hij liegt, dit wordt ontdekt, waarna hij claimt dat hij naar eer en geweten heeft gelogen, wat hij een argument vindt om door te gaan en net te doen alsof er niks is gebeurd, vervolgens lijkt het erop dat hij gelijk krijgt(hij zit er nog steeds).

In dit voorbeeld vertoont hij kleuter- en kindergedrag. Eerst liegt hij over wat er is gebeurd (kinderachtig), daarna zegt hij dat hij het niet meer weet (kleuters vinden het moeilijk om een excuus te bedenken en zeggen daarom vaak: ik weet het niet), vervolgens geeft hij toe dat hij heeft gelogen met een slecht excuus (kinderachtig), waarna hij niet zijn fout toegeeft (kinderachtig) maar door wil gaan alsof er niks gebeurd is (magisch denken (kleutergedrag)).

De reden dat hij heeft gelogen is ook zeer kinderachtig. Hij en zijn vriendjes (het voltallige kabinet die hetzelfde verweten kan worden) vonden dat die ene persoon niet mee mocht doen, terwijl de verkiezingen zeiden van wel, daarom pestte ze hem weg.

In dit geval zijn het dus de mensen van wie wij hopen dat ze ons zo goed mogelijk vertegenwoordigen, die zich om kinderachtige redenen, als kleuters en kinderen hebben gedragen, zonder dat het gevolgen heeft voor hun carrière. Ze mogen gewoon doorgaan met wat ze doen, beslissingen maken op het wereldtoneel, tijdens een oorlogssituatie het Nederlandse volk vertegenwoordigen; de media, juridische macht en het volk, vinden het allemaal best.  

Blijkbaar hebben we een maatschappij waarin we er geen problemen mee hebben dat mensen die kinder- en kleutergedrag vertonen, grote beslissingen maken die een directe invloed hebben op ons leven. Het wordt getolereerd en zelf beloond (De VVD is nog steeds de grootste tijdens de recente gemeenteraadsverkiezingen).

Het kinderbedrijf

In het bedrijfsleven zie je vergelijkbare problemen. Het dieselschandaal van Volkswagen is hier een voorbeeld van. De top wist van de sjoemelsoftware, maakte reclame voor hun schone diesels, nam geen actie, loog erover, waarna de topman moest opstappen en Volkswaren een boete kreeg van 18 miljard. Dit is exact het resultaat dat je zou verwachten als een kind dezelfde beslissingen had gemaakt.

Toch is dit heel vreemd. Wil je directeur worden van een bedrijf als Volkswagen, moet je niet alleen heel intelligent zijn, maar ook hard werken, sociale vaardigheden bezitten en goed met de media om kunnen gaan. Je zou verwachten dat alleen de beste van de besten op topposities komen, de leider van de beste van de besten, is dus de beste van de besten van de besten.

Dit zegt iets over onze maatschappij, de beste van het bedrijfsleven, de politiek en de universiteit, kunnen zich als kinderen en kleuters gedragen, zonder dat het consequenties heeft. (De topman van Volkswagen moest een boete van 10 miljoen betalen, zijn bonus was 12 miljoen, het verlies voor het bedrijf: 18 miljard!).

De volwassen maatschappij

Ditzelfde probleem zie je terug in alle andere sectoren van onze samenleving. Er zit geen straf op jezelf zo gedragen, het mag, zelfs als de consequenties desastreus zijn. Wij als mensheid hebben geen mechanisme om het in volwassenen te beperken, terwijl we de kennis bezitten hoe het zou moeten.

Onze wereld is nog onvolwassen. We leren onze kinderen om zich te gedragen, maar zo gauw we voorbij een bepaalde leeftijd zijn, houden we ermee op. Alsof we dan op een magische manier rationele wezens zijn geworden.

Een leuk voorbeeld om hier te noemen is de Geschiedenis van het slot. Vroeger, in den beginne, was een haak voldoende, voornamelijk om de wind tegen te houden. Op een gegeven moment kwam er verandering in en moesten de sloten steeds complexer worden.

Het hele idee van diefstal is, als je erover nadenkt, heel kinderlijk, kleuterlijk zelfs. Je gaat bij mensen het huis binnen om dingen te pakken omdat je ze graag wil hebben. De redenering is: Ik wil iets hebben, daarom ga ik iemands huis binnen en pak ik wat ik wil. Het concept stelen is een stapje verder, dan zou je rekening moeten houden met concepten als recht en bezit, voldoende argumenten om het niet te doen.

Straf, waar ze wel weer bewust van zijn, is een kinderlijke benadering die hypothetisch denken zoals het lijden dat wordt veroorzaakt of het verplaatsen in het slachtoffer volledig over het hoofd ziet. Het is: als je dit doet, dan straffen we je; precies zoals je een kleuter zou behandelen.

Op deze manier bekeken, is het onvoorstelbaar in een rationele maatschappij dat iemand die zijn kindertijd is ontgroeid, iets zou kunnen stelen: alleen magisch denken en inductief redeneren zou dat kunnen rechtvaardigen. Toch is het de normale gang van zaken.

De reactie op diefstal die we maken is niet om deze mensen hypothetisch en deductief redeneren te leren, maar complexere sloten te maken. Dit is vergelijkbaar met een slot op de koekjestrommel doen als je kind er eentje te veel heeft gepakt, heel kinderachtig, niet wat een volwassene zou doen.

De geschiedenis van het slot kan dan ook als een allegorie van het probleem in de huidige lage ontwikkeling van de mens worden gezien. We reageren als kinderen op het gedrag van kleuters, terwijl we denken dat we volwassenen zijn.

De Moderne Kleuterwereld

Zeker in deze tijd, waarin de media geld verdient met emoties creëren, wordt de noodzaak steeds groter om te zorgen dat kinderlijk gedrag niet te veel consequenties heeft. Op dit moment is er nog geen straf als we ons als kleuters gedragen, het heeft geen carrière of sociale nadelen, het kan zelfs gebruikt worden om een positie vast te houden.

Op het internationale vlak heeft dit nog grotere gevolgen

De oorlog in Oekraïne laat zien dat geen van de leiders, journalisten, diplomaten, ambtenaren of generaals, hebben geleerd om volwassen te reageren. Er was een compromis mogelijk, daar waren ze blijkbaar niet toe in staat. Ze kozen ervoor om zich als kinderen of zelfs kleuters te gedragen (anders zou er geen oorlog zijn). De reactie is dat niemand (de media) er iets van zegt, zoals ze dat ook op de universiteit, in de politiek en het bedrijfsleven niet doen.

Dit roept vragen op. Hoe is het mogelijk dat we kinderachtig gedrag toelaten op het internationaal gebied? Zijn we van mening dat oorlog best wel goed is zolang we de tegenstander heel erg slecht vinden? Is het wenselijk wat onze media en politici ons vertellen, de tegenstander is slecht, wij zijn goed?  

We vragen blijkbaar niet aan de wijste van de wijsten van de wijsten om beslissingen te maken over wat het beste is voor alle mensen in de hele wereld, maar aan kinder- en kleutergedragenden om wel of geen oorlog te voeren.  

Het VN stemgedrag laat dit ook zien. Het beperkt zich vaak tot: wij horen bij deze club en daarom zeggen we dit, precies hoe kinderen dat doen. Het zijn geen volwassenen die praten over een oplossing die voor iedereen geschikt is, maar ze kijken naar bij welke groep je hoort. Er is geen gesprek dat zegt: volgens mij is dit de ideale oplossing waar we iedereen tevreden mee kan zijn, maar: Jij moet dit doen anders haat ik je.

Een rationele analyse van de situatie had ervoor kunnen zorgen dat er compromis kwam, dit is onder volwassenen mogelijk. Helaas heeft niemand die training omdat in alle lagen van de samenlevingen de kleuterwereld normaal wordt gevonden. De wetenschap, de politiek of het bedrijfsleven hebben niet de kennis, de kunde of de interesse om er een te vermijden.

Tegelijkertijd, willen in principe alle kinderen en volwassen doen wat goed is voor de wereld, zolang het geen moeite, geld of carrière kost en ze niet buiten de groep hoeven te vallen.

Ze hebben alleen nooit geleerd hoe dat moet. Sterker nog, de informatie waarop ze zich baseren (media en universiteit) en de middelen die ze tot hun beschikking hebben (het bedrijfsleven en de ambtenarij), vinden het acceptabel hoe ze zich gedragen. Op die manier wordt het ze fundamenteel onmogelijk gemaakt om volwassen te zijn.

Het einde van de kindertijd

Het bovenstaande laat zien dat we nog een lange weg hebben te gaan voor we een beschaafde wereld creëren, maar ook dat als wetenschappers, politici en de top van het bedrijfsleven kinder-en kleutergedrag vertonen, het zeer waarschijnlijk is dat iedereen het doet. We accepteren dat het zo is, worden niet opgeleid om er iets aan te doen, het is normaal, hoort bij volwassen zijn, het is nou eenmaal zo.

Ergens lijkt het erop alsof we sinds de Griekse tijd niet veel verder zijn gekomen op dit gebeid. Wel zijn er processen gaande. De ontwikkelingspsychologie is relatief nieuw. Er is minder oorlog en in elk conflict gaan er minder mensen dood. Op nationaal vlak zie je ook dat er wereldwijd minder corruptie en geweld is, lokaal komen er betere opvoedingstechnieken en gebruiken steeds meer scholen en bedrijven trainingen om pesten te verminderen.

Op de korte termijn kan het aanbieden of zelfs verplicht van bepaalde trainingen (zoals tegen pesten) op al onze instituties verbetering brengen. Zeker in de huidige tweede kamer, waar het niet willen samenwerken de nieuwst trend is geworden (ik wil niet met hem spelen (heel kinderachtig)), kunnen we met weinig investering veel vooruitgang boeken, misschien zelfs de volgende oorlog vermijden.

Veel vermeende problemen zouden we relatief simpel op kunnen lossen. In de Nederlandse tweede kamer stemmen bijvoorbeeld de meest tegengestelde partijen in 40% van de gevallen identiek (dit is 39% als de PvdD met de VVD wordt vergeleken, partijen die beweren elkaar te haten zoals de PVV en Denk (49%) of BIJ1 en FvD (40%) zijn het relatief vaak met elkaar eens).

Als we deze mensen trainen om hun kleuterneigingen in te perken, kan dit misschien op internationaal niveau ook gebeuren. Langzaam kunnen we op deze manier verbeteringen doorvoeren in alle lagen van de maatschappij en een daadwerkelijk beschaafde samenleving creëren.

Het door extremisten op een kleuterachtige (magisch denken) manier geschreeuwde “Nooit meer Oorlog/Facisme/etc (en jullie moeten dat eventjes voor ons regelen omdat wij dat graag willen hebben)”, zou door volwassenheid een stuk minder ver weg lijken.

De volwassen mogendheid

Op deze manier is het voor een land mogelijk om relatief gezien het rijkste en machtigste ter wereld te worden. Iedereen die weleens met een driejarige geprobeerd heeft een discussie te voeren, weet dat het onmogelijk is om gelijk te krijgen. De kleuter speelt een anders spel: als je eist dat het kreng zijn ongelijk toegeeft, verlies je altijd, daarom is dat niet hoe je ermee omgaat.  

Je krijgt gelijk door volwassenheid. Je weet dat hoe de kleuter denkt, kunt anticiperen op wat deze gaat doen, waardoor je niet wint door te discussiëren, maar door psychologische kennis.

Je zegt: “Ga je mee naar het klimrek?”

De kleuter zal antwoorden met: “Jaaaaaa!”, wat de discussie doet winnen.

Bij volwassenen is dit een stuk complexer; toch kan in veel gevallen een vergelijkbare methodiek worden gebruikt. Het is dus belangrijk om het hele idee van gelijk te krijgen volledig te laten varen omdat je daarvoor in de plaats naar het klimrek gaat.

Dit soort fouten zijn makkelijk te vinden in geschiedenis. Een voorbeeld is het Britse verraad tijdens de blokkade van Duinkerken in 1634. Het had voorkomen kunnen worden als de Nederlanders volwassener waren geweest dan de Engelsen, anticiperend op de jaloezie, daar ruimte voor gevend en een oplossing voor bedenkend. Het verbazingwekkende bezoek van Cromwell aan Den Haag in 1651, resulterend in de Engelse scheepvaartwetten en de Eerste Engelse Zeeoorlog, laat dit nog duidelijker zien.  

Hetzelfde geldt voor het Indonesische verraad in 1950 aan de Verenigde Staten van Indonesië, terwijl de Van Roijen-Roem, de Renville en de Linggadtjati afspraken, eigenlijk al lieten zien dat het zou gaan gebeuren. Waarom Van Roijen vertrouwen had in de “New York agreement” van 1963, resulterend in de “Act of free Choice” in 1969, is een net zo verbijsterend raadsel als het Duinkerken schandaal in 1634.

Zou Nederland de macht over de zeven zeeën hebben behouden als de leiders volwassenen waren geweest tijdens de tachtigjarige oorlog? Dat is natuurlijk zeer de vraag. Kinderen willen graag volwassen worden. Als Nederland lang geleden zich had ontwikkeld tot een volwassen maatschappij, dan zou Engeland daarnaar hebben gestreefd en uiteindelijk een gelijke zijn geworden.

Volwassenen hebben plezier in opbouwende gesprekken, willen graag samenwerken om iets moois neer te zetten, zeker als het zorgt voor een setting waarin kinderen kunnen groeien en spelen. Kinderen willen weer voornamelijk spelen, waar de consequenties er niet zo veel toe doen, dat is namelijk de taak van volwassenen.

Als Nederland volwassen was in 1634, zou de schandalige mes in de rug door de jaloerse Engelsen (onze trouwe bondgenoot) niet gebeuren omdat ze er geen reden toe hadden.

Dat is dan ook hoe Nederland zijn wereldmacht terug kan krijgen: het verraad van 1634 tot in detail begrijpen en daarop anticiperen waardoor Engeland exact zou doen wat wij hadden gewild, omdat we wisten wat ze wouden en ze vol enthousiasme en plezier onze macht zouden versterken.    

n.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Follow by Email
Facebook
WhatsApp